Rasinformatie

Rasinformatie


Bron: Golden Retriever Club Nederland en Raad van Beheer op Kynologisch Gebied
Op het landgoed Guisachan in het Schotse Invernessshire werden in 1868 vier pups geboren uit de gele Retriever-reu Nous en het Tweed Water Spaniël-teefje Belle: het reutje Crocus en de drie teefjes Ada (hier afgebeeld op 5 jarige leeftijd), Primrose en Cowslip. Deze vier pups vormen de oorsprong van de Golden Retriever. In 1913 werd de Golden Retriever door de Engelse Kennel Club officieel erkend als een zelfstandig ras onder de naam ‘Golden or Yellow Retriever. In 1920 verdween de toevoeging ‘or Yellow’ uit de naam en sprak men alleen nog over ‘Golden Retriever’. In 1913 werd in Engeland de Golden Retriever Club opgericht, die er tevens voor zorgde dat de officiële rasstandaard voor de Golden Retriever werd opgesteld. In Nederland kwamen op 10 maart 1956 zeven Golden-liefhebbers bijeen en richtten de Golden Retriever Club Nederland (GRCN) op.  

De ruïne van landgoed Guisachan, de geboortegrond van de Golden Retriever


Karakter en uiterlijk

De Golden Retriever heeft een gelijkmatig, intelligent en aanhankelijk karakter. Gemoedelijk van aard, vol zelfvertrouwen, volgzaam en met een natuurlijke werkaanleg. Dit ras is enthousiast om te behagen en werkt graag, of het nu gaat om het jagen op vogels of het halen van de pantoffels van de baas. Wanneer een Golden voldoende beweging in de vrije natuur krijgt, is het in huis een rustige hond. Ook is dit ras over het algemeen vrij speels en kan meestal goed overweg met andere (huis-)dieren en kinderen. Het zijn niet vaak blaffers en ze hebben geen bewakingsinstinct, alhoewel sommige Goldens het echt wel laten weten wanneer er vreemden naderen. 

Qua uiterlijk is de Golden Retriever een symmetrisch gebouwde, levendige, krachtige hond met vaste gangen en een vriendelijke uitdrukking. Het hoofd is fijn besneden met een brede, maar niet te grove schedel en een krachtige, brede, diepe snuit. De ogen zijn donkerbruin, goed uit elkaar geplaatst en met donkere oogranden. De neus dient bij voorkeur zwart te zijn. 

De vacht van de Golden Retriever is vlak of golvend met goede bevedering en een dichte, waterbestendige ondervacht. Elke tint van roomkleur tot goud is toegestaan, maar niet rood of mahonie. Dit ras heeft genoeg aan één of twee keer per maand een grondige borstelbeurt met een grove kam, teveel borstelen/kammen beschadigt de bovenvacht en de onderwol. In de ruiperiode kan het vachtverlies enorm toenemen, op dat moment kan de hond het beste behandeld worden in een trimsalon waar men de zogenaamde ‘was- en blaasmethode’ toepast. Om te genieten van een mooi verzorgde Golden Retriever zullen van tijd tot tijd delen van de vacht wat moeten worden ingekort en/of in model worden geknipt.